De tentoonstelling bevat vele voorbeelden van vrouwen in de kleurige Zuid-Bevelandse streekdracht van na 1850, zorgvuldig aangekleed op torso's.
Omstreeks 1880 werd er in de Hervormde Kerk overal in het land
geprotesteerd tegen het laten zien van rijkdom. De mensen moesten een
eenvoudig en waarachtig leven leiden en zich verre houden van allerlei
frivole zaken zoals kermis, feest vieren, mooie kleren en sieraden. Deze
zware prediking had in Zeeland veel invloed en mensen gingen zich
soberder kleden en op veel plaatsen werd de kermis afgeschaft.
De Noord-Bevelandse
dracht is helemaal zwart. We zien een torso in rouwkledij. Een andere
heeft heel veel goud en een prachtige kanten muts, maar is toch stemmig
gekleed. De torso van een Bevelands mannenkostuum is sober in zwart met alleen een paar
zilveren broekstukken.
Een kop uit ongeveer 1900 laat een muts
zien, die veel kleiner is dan de
mutsen uit het eind van de 20e eeuw. Bijzonder is ook het
blauwe tussenmutsje. Het ondermutsje werd natuurlijk gemakkelijk vies:
de vrouwen hadden vet haar, want shampoo en douches waren er nog niet.
We zien een kleine ondermuts van katoen en een grote schelpvormige
bovenmuts van kant.
Andere torso's en koppen zijn katholiek, de kap is meer vierkant met een knik en op de beuk zijn
veel kraaltjes geborduurd.

