Historisch Museum de Bevelanden

 
  Exposities:
Wisselexpositie
Met Man en Macht
Blinken en Verzinken
Waar Wezen Waren
Merklappen
Stad Goes
Zeeuws Meisje





Description résumé du musée  Kurzbeschreibung des Museums  Brief summary of the museum
 
 
Met Man en Macht   Schutters 1   «Schutters 2»    

Schutters 2

Willem Cornelis Eversdijck
Willem Eversdijck werd tussen 1616 en 1620 in Goes geboren als eerste of tweede kind van Cornelis Eversdijck en Francyntje Zagarus. Al op jonge leeftijd werd hij in het jaar 1633-´34 in het Antwerpse St. Lucasgilde opgenomen als leerling van Cornelis de Vos. Lang bleef de familie Eversdijck niet in Antwerpen, want datzelfde jaar kocht het gezin een huis in Goes. Willem Eversdijck vertrok rond 1642 naar Middelburg en betaalde daar in 1653 zijn vrijgeld in het Middelburgse St. Lucasgilde. In hetzelfde jaar trouwde hij in Goes met Blasina van Ossewaarde. Hij trouwde in gemeenschap van goederen, met als enige uitzondering de materialen die hij voor zijn beroep als schilder nodig had: de prenten, papierkonsten, teijkeningen etc. Ze kregen drie kinderen, van wie de twee dochters religieuze werden. De enige zoon, Cornelis stierf jong, in 1680. De oudste, Adriana, stierf vóór 1734, de jongste, Françoise Maria werd op 12 juni van dat jaar begraven. Hiermee was deze tak van de familie Eversdijck uitgestorven.

Eversdijck wordt regelmatig genoemd in de archieven van het Middelburgse St. Lucasgilde. Hij staat vaak boven aan de lijst van diegenen hadden verzuimd om een begrafenis van een medelid bij te wonen. Twee keer medeondertekende hij de jaarrekeningen en er wordt in 1657-´58 een leerling bij hem vermeld, Isaac Jansz. de Vleeshouwer. Eversdijck overleed in 1671. Willem Eversdijck genoot, evenals zijn vader, aanzien als portretschilder. Hij heeft zich echter op meerdere terreinen begeven. Zo schilderde hij onder andere keukenstukken en historiestukken. Verder wordt een tweetal ‘batailles’, ruitergevechten, van hem genoemd in een 17de-eeuwse boedelinventaris. Toch vormen de bewaard gebleven portretten en prenten naar portretten van zijn hand de meerderheid.

Cornelis Willem Eversdijck

De drie vroegste nog in Goes bewaarde schuttersstukken zijn geschilderd door Cornelis Eversdijck. Hij werd geboren in 1583, als zoon van Willem Dignusz. Eversdijck en Mayken Cornelisdr. Smallegange. De vroegste vermelding van Eversdijck als schilder was op 1 december 1613, toen hij van het gilde van St. Joris de opdracht kreeg voor het schilderen van alle leden van het gilde. Een aantal maanden eerder was Eversdijck zelf lid geworden van het St. Adriaansgilde. Eversdijck speelde een belangrijke rol bij de kolveniers. Hij ondertekende regelmatig de jaarrekeningen en werd deken in 1618 en 1622. Ook was hij nauw betrokken bij de bouw van het nieuwe schuttershof van de kolveniers, waarvoor hij regelmatig naar Antwerpen reisde.

Inmiddels was hij getrouwd met Francyntje Zagarus. De ondertrouw vond plaats in Goes, maar ze trouwden in Oude Tonge. Dat was relatief ver van huis, maar daar Eversdijck als enige in de familie katholiek was gebleven, was hij afhankelijk van een rondreizende landspastoor. Ze kregen vier kinderen, Margaretha, Willem, die in zijn vaders voetsporen zou treden, Maria en Jacob, later pastoor in Goes. In 1628 overleed Francyntje en vertrok het gezin voor een aantal jaar naar Antwerpen. In 1633 kocht Eversdijck een huis in Goes, aan de Singelstraat, vlak bij het huidige museum. Cornelis Eversdijck was één van de prominente leden van de rooms-katholieke parochie in Goes. Hij werd in 1635 beboet wegens het bijwonen van een verboden bijeenkomst. Als reactie hierop richtte hij op de zolder van zijn huis een schuilkerk in. In 1637 trouwde Eversdijck voor de tweede keer, met de weduwe van Cornelis Borselaer, Pieternella van Stapelen. Lang duurde het huwelijk echter niet; al in het volgende jaar overleed Pieternella. Ze liet drie kinderen na onder toezicht van de weeskamer. Eversdijck zorgde nog een half jaar voor de kinderen, tot de twee zoons hun eigen weg gingen. Eversdijck zelf overleed in 1649, waarna zijn kinderen het beheer over het huis overdroegen aan de parochie.

Er is in de negentiende eeuw gesuggereerd dat Eversdijck zijn opleiding heeft genoten van de Goese glasschilder Hiëronymus Gruwaert. Feit is dat diens zoon Ferdinand ook schilder was en samen met Eversdijck in 1618 een soort alleenrecht bedong op de verkoop van schilderijen in Goes. Van datzelfde jaar dateert een Oordeel van Salomo dat Eversdijck in opdracht voor de magistraat van Tholen schilderde. Eversdijck schilderde naast dit soort bijbelse taferelen voornamelijk (groeps)portretten en keukenstukken. De waardering voor Eversdijck was in de 19de en 20ste eeuw niet erg groot. In de 18de eeuw werd daar anders over gedacht. De schildersbiograaf Johan van Gool behandelde in 1750-´51 Eversdijck als tweede in een groepje van drie Zeeuwse schilders: ‘De tweede is Cornelis Eversdyk, uit een aenzienlyk Geslachte van Ter Goes geboortig. Hy was in zynen tyt een goed Historischilder. Van zyne Penseelkunst zyn tans noch eenige fraeie Stukken overig, meest berustende onder zyne deftige Familie.’

 
Historisch Museum De Bevelanden

 

Fragment van schutterstuk