De stad beleeft tot 1572 een bloeitijd als havenstadje en productiecentrum van zout. Het torenuurwerk in de Kloostergang van het museum herinnert daaraan. Vroeger was het geplaatst in de kapel bij de zoutketen, daarna in een stadspoort, daarna in het Soep'uus (getijkorenmolen) en nu dus in het museum.
Het stadswapen bestaat uit de Hollandse en Henegouwse leeuwen, de Beierse ruiten en een gans. Dat dit dier in het wapen zit moet op een misverstand berusten. Engelse kooplieden die in de veertiende eeuw Goes bezoeken moeten gelachen hebben om de naam van het dorp. Bij ons betekent de naam van jullie woonplaats gans! Dat de naam afgeleid is van de kreek Korte Gos (Curtagosum) weten de Goesenaren allang niet meer.
De havenindustrie met zoutketen, meestoven, brouwerijen en
scheepstimmerwerven brengt veel welvaart. Vrijwel alle belangrijke
Goesenaren, van pastoors tot notarissen, zitten in het zout. Dat Goes
hierin zo groot is geworden ligt voornamelijk aan het feit dat de stad
een "nieuwe" zoutstad is. Dat wil zeggen dat de stad meteen op de nieuwe
ontwikkelingen in het midden van de vijftiende eeuw is ingesprongen.
Zodra zich de nieuwe grondstof voor zout aandient; baai- of klipzout van
de Franse kusten, begint Goes hiermee te produceren. Oude zoutcentra
zoals Hulst, Zierikzee, Zevenbergen, etc. blijven nog wat voortsukkelen
met zout dat uit het inheemse zoute veen gewonnen wordt. Zo wordt Goes
een trendsetter die in haar glorietijd ca. één vijfde tot een kwart van
de zoutproductie in de Nederlanden voor haar rekening neemt.
Aan dit verhaal komt met de belegering van Goes in 1572 een einde. De Spaanse bevelhebber Mondragon valt de Geuzen in de rug aan en verslaat ze. Tijdens deze oorlogshandelingen gaat de hele zoutindustrie in vlammen op. De internationale vaart houdt op. Na 1600 komt Goes er weer snel bovenop, maar nu uitsluitend als marktplaats voor het omliggende gebied. De stad heeft hierbij de wind mee omdat de naburige Bevelandse stad Reimerswaal door opvolgende overstromingen ten onder gaat.
De stad krijgt een moderne fortificatie omdat het een belangrijke rol kan spelen in de Opstand. Tot grote oorlogshandelingen rond Goes komt het niet meer. De stad dommelt in de Negentiende eeuw in, maar wel met steeds gemoderniseerde huizen. De welvaart blijft altijd aanwezig, omdat de stad een belangrijke regionale functie had en heeft.

